|
Onverzettelijk
Arie Trum & Coen Tuerlings, wandpanelen Titus Brandsma Memorial: Verzet
Zeven jaar was Titus Brandsma actief ais adviseur voor de Katholieke Dagbladpers. Het zou hem uiteindelijk zijn leven kosten. In 1941 schrijven de bisschoppen een brief over de opstelling van de katholieke pers tegenover de nazi's. Als de bezetter de Nederlandse pers dwingt advertenties van de NSB op te nemen, wordt de zaak kritiek. Volgens de brief van de bisschoppen kunnen deze principieel niet geplaatst worden. Kardinaal de Jong en Titus hebben hierover een gesprek. De kardinaal herinnert zich: 'Titus bood zich aan om de Katholieke Dagbladdirecteuren te bezoeken om het schrijven van de bisschoppen toe te lichten. Ik vond zijn plan gevaarlijk. Voor hem wel te verstaan. Ik heb hem dus voorgehouden, dat het heel mooi was wat hij wilde, maar dat hij het toch maar liever niet moest doen, omdat de Duitsers er eerder toe zouden overgaan hem te arresteren dan mij. ‘U hebt gelijk', heeft Titus toen gezegd. Hij vond het plan van de rondreis zeer belangrijk. Wat kon ik anders doen dan toestemmen. Ik heb hem nog eens op het hart gedrukt dat hij voorzichtig moest zijn. ‘Dank u vriendelijk, Monseigneur’, zei Titus en zo is hij van, mij weggegaan'.
Zijn rondgang langs de kranten werd gezien als een daad van openlijk verzet. Titus werd 19 januari 1942 gearresteerd en gevangengenomen.
SS-Hauptscharführer Hardeger, Sicherheitsdienststelle Den Haag 1942, schrijft aan zijn superieuren: ‘Brandsma en aartsbisschop De Jong zijn de drijvende krachten die ons streven: een Duitse beïnvloeding van het Nederlandse volk door middel van de pers, saboteren. De maatregelen van de Duitse macht terzake worden door de ‘ondergrondse activiteiten’(Wühlarbeit) van prof. Brandsma ernstig verstoord. Hij is een gevaarlijke mens. Zijn werk is erop gericht om het aanzien van het Duitse Rijk en dat van het Nationaal Socialisme te bestrijden en de eenheid van het Nederlandse volk zoals wij dit zien te ondergraven. Een lange gevangenneming van prof. Brandsma lijkt me voor de hand liggend'.
Titus, die reeds ver vóór de oorlog zich altijd had ingezet voor de vrede, valt ten prooi aan het nationaalsocialisme. Zijn verzet bekoopt hij met de dood. ‘Wie de wereld voor Christus wil winnen, moet de moed hebben met die wereld in conflict te komen, zei Titus. In de gevangenis van Scheveningen moet hij een stuk schrijven (zijn laatse) ter verantwoording van zijn verzet. ‘Waarom verzet zich het Nederlandse volk, met name het katholieke, tegen de NSB?’ Een echte, onverzettelijke, onbuigzame Fries spreekt eruit, en een christen. Hij eindigt zijn verantwoording met deze vredeswens:
God zegene Nederland God zegene Duitschland Geve God, dat beide volken weldra weer in volle vrede en vrijheid naast elkander staan in zijn erkenning en tot zijn eer tot heil en bloei van beide zoo na verwante volken.
Scheveningen Politie-gevangenis 22 Januari 1942
|



